Meng in een ruime kom het gehakt met de fijngesnipperde sjalot, het ei, paneermeel, nootmuskaat, mosterd en peterselie. Breng op smaak met zout en witte peper.
Draai er 6 stevige gehaktballen van.
Verhit een braadpan met enkele flinke scheuten olijfolie.
Bak de gehaktballen in 10–15 minuten rondom bruin. Ze hoeven nog niet gaar te zijn. Haal ze uit de pan en laat het bakvocht zitten.
Fruit in hetzelfde bakvocht de grofgesneden sjalot en ui 5 minuten op middelhoog vuur.
Voeg de bruine suiker toe en karamelliseer het mengsel 1 minuut.
Blus af met de druivenazijn.
Voeg het donkere bier, de kruidnagels en het water toe (dat je vooraf hebt gekookt).
Verkruimel het bouillonblokje erbij en breng kort aan de kook.
Zet het vuur lager en voeg de gehaktballen toe, samen met de laurierbladeren en takjes tijm. Laat 45 minuten zachtjes pruttelen.
Bak ondertussen de champignons in een koekenpan tot ze licht kleuren. Zet apart.
Haal na 45 minuten de gehaktballen uit de pan.
Voeg champignons, rozijnen en appelstroop toe aan de saus en meng goed.
Voeg champignons, rozijnen en appelstroop toe aan de saus en meng goed.
Serveer direct. Smakelijk eten.